Ronde van Vlaanderen 1994

Drie jaar lang was de Italiaan Gianni Bugno absolute top. Van 1990 tot 1992 won hij de Ronde van Italië, werd hij twee jaar na elkaar het WK Wielrennen, en won hij tal van wereldbekerwedstrijden zoals Milaan-Sanremo. In de Ronde van Vlaanderen had hij nog nooit potten gebroken. Een twaalfde plaats was zijn beste notering. “Volgens mij is het de moeilijkste eendagswedstrijd om te winnen”, zei hij dan ook met kennis van zaken. Op zondag 3 april had hij het geluk aan zijn kant.

De wedstrijdbegeleiders daarentegen beleefden enkele bange momenten. Zij die opgevers of pechvogels meenamen naar de finish, de zogenaamde bezemwagens dus, speelden eerst de agenten kwijt die hen escorteerden. Vervolgens werden de vijf bussen ook nog eens de verkeerde richting uitgestuurd. In een helse achtervolging scheurde de ‘bezemcolonne’ door de straten van Kluisbergen in de hoop weer aansluiting te vinden bij de koers. Maar vlak voor de Oude Kwaremont liep het mis. Een uitwijkmanoeuvre voor twee wielertoeristen liep slecht af. De eerste bus schoof de gracht in. Plots drong het tot de organisatoren door dat de bussen niet na maar vóór de koers zaten.

Toch was dat het ergste nog niet. Het angstzweet brak de organisatoren pas echt uit toen ze doorhadden dat het gekantelde busje de doorgang voor de volgwagens versperde. Er werden twee tractoren bijgehaald, maar zelfs met zo veel paardenkracht lukte het niet om de baan op tijd vrij te maken. Dus werden alle volgwagens op de top van de Nieuwe Kwaremont tegengehouden. Alleen het peloton stevende in rotvaart op de onheilspiek af. “De renners slaagden er tot grote opluchting van iedereen in om de bus links te laten liggen”, schreef Dirk Geeroms in Het Nieuwsblad. “Enkele kilometers verder pikten de bezemwagens weer aan bij de staart van de karavaan en konden ze doen wat ze het beste kunnen: ellende van de straat vegen:’

Op het sportieve verloop had dit incident geen enkele weerslag. Met vier stevenden ze af op de finish. Museeuw, Bugno, Tchmil en Ballerini hadden voor de Muur Johan Capiot bijgehaald en hem meteen ter plaatse gelaten. “269 kilometer deed ik wat ik moest doen, en liep alles perfect,” vertelde Museeuw het prangende slot na. “Maar in de laatste kilometer maakte ik een kapitale fout. Ballerini zette de spurt in. Op 250 meter van de aankomstboog hield hij ineens in. Ik aarzelde, bleef achter hem hangen, en zag links Bugno vertrekken. Ik had meteen twee fietslengten aan mijn been. Dat maak je niet meer goed, zeker niet op de Bugno van toen. Ik had meteen moeten doorknallen toen Ballerini stilviel.”

Toch was het verschil met het blote oog amper te zien. De fotofinish kwam eraan pas. Museeuw bleek welgeteld zeven millimeter tekort te komen om de juichende Bugno alsnog te remonteren. “Wat voor zin heeft het om daarover te kankeren?”, nam Museeuw zijn nederlaag filosofisch op. “Je maakt er jezelf en je omgeving alleen maar ongelukkiger door. Bovendien zijn er ergere dingen in het leven dan een Ronde van Vlaanderen te verliezen.”